---
“Met Het Dichtstbijzijnde
Ziekenhuis, afdeling verloskunde. Hoe kan ik u helpen?”
- “Goedemorgen, ik heb hier een verwijsbriefje van de
huisarts en wil graag een afspraak maken.”
“Dat moet uw
verloskundige doen.”
- “Uh, ja, die heb ik niet en daarom bel ik u.”
“Heeft u een medische
indicatie?”
- “Ongeveer 4 beplaste zwangerschapstesten die stuk voor
stuk de slingers uithingen en een verklaring van de huisarts. Zwanger en zo.
Niet genoeg?”
“Nee, u zal toch echt een andere verloskundige moeten
vinden, wij kunnen u niet helpen.”
---
“Hallo, met de huisarts.”
- “Zeg, heel gek, ze willen me niet hebben. Zeggen zelfs dat
er geen reguliere verloskunde meer is daar in Het Dichtstbijzijnde Ziekenhuis.
Staat nog wel op hun site maar dat telt niet, schijnt. “
“Wat raar, zeker een stagiair aan de bel gehad. Ik verwijs
zo vaak patiënten door, heb er nota bene jaren gewerkt. Probeer het morgen
anders nog een keer.”
---
“Met Het Dichtstbijzijnde
Ziekenhuis, afdeling verloskunde. Hoe kan ik u helpen?”
- “Goedemorgen, gisteren had ik een collega aan de telefoon
die mij niet kon helpen. U wellicht wel; zo en zo is het geval...”
“Nee mevrouw het spijt
me, het mag dan wel op onze site staan en mogelijkerwijs hebben we niet alle
huisartsen op de hoogte gesteld – eigenlijk hebben we niemand op de hoogte
gesteld - maar daar doen we niet meer aan hoor, reguliere verloskunde. Alleen
bijzondere gynaecologische gevallen. Bent u zo’n geval per ongeluk?”
- “Weet u wat, ik probeer gewoon iets anders, anders.”
“Ik kan u wel
doorverwijzen naar De Verloskundigenpraktijk Om De Hoek, daar werken we vaak
mee samen.”
- "Dank alvast."
---
“Met De
Verloskundigenpraktijk Om De Hoek, zegt u het eens.”
- “Goedemiddag, ik ben op zoek naar een verloskundige en heb
uw telefoonnummer gekregen van Het Dichtstbijzijnde Ziekenhuis.“
“Dan moet u even al
uw medische gegevens via onze onbeveiligde webpagina versturen en licht uw
gehele doopceel ook meteen even, dan weten we tenminste alles van u en met ons
iedere willekeurige cybercrimineel. Dat is immers ons beleid. Wat zijn we ‘van
nu’, hè?”
- “Wat dacht u ervan om mijn naam, adres en telefoonnummer
even te noteren, kom ik de rest van de info met liefde even old school op een
formuliertje zetten, tijdens onze eerste afspraak.”
“Nu moet u niet ineens
meer verstand gaan hebben van computers dan wij, hoor. Bovendien, u woont op
het verkeerde adres.”
- “Sorry?”
“Ja, u woont een paar
meter te ver weg. Drie meter, om precies te zijn. Daar kunnen we niet aan
beginnen.”
- “Mijn hemel. Weet u wat, Google is mijn beste vriend, nog
voor het nageslacht gaat studeren vind ik vast een verloskundige.“
---
“Dit is het
antwoordapparaat van De Eerste Verloskundigenpraktijk In De Buurt Die Google
Heeft Gevonden. Wij zijn alleen op woensdagmiddag telefonisch bereikbaar. Maar
eigenlijk is dat lekker helemaal niet zo, we nemen namelijk nooit op. Om te plagen.
Vinden we leuk.”
---
“Dit is het
antwoordapparaat van De Tweede Verloskundigenpraktijk In De Buurt Die Google
Heeft Gevonden. Wij zijn ook alleen op woensdagmiddag telefonisch bereikbaar.
Alleen niet meer op dit telefoonnummer. U moet een ander nummer bellen. Maar
dat nummer doet het natuurlijk niet. Dat zou veel te makkelijk zijn. Schei eens
uit zeg.”
---
“Piep, piep, piep,
piep...”, aldus De Derde Verloskundigenpraktijk In De Buurt Die Google
Heeft Gevonden. Want die bestaat natuurlijk helemaal niet.
---
“Met de moeder van De
Vierde Verloskundigenpraktijk In De Buurt Die Google Heeft Gevonden. [dwars
door het standaardbericht op het antwoordapparaat heen] Ja, mijn dochter heeft een spoedje, maar ik zal vragen of ze u morgen
even terug belt.”
- “Ik kan u nauwelijks verstaan, mevrouw. En toch lukt het me
om de moed niet te verliezen. Ja, ik sta er zelf van te kijken.”
---
“Met de dochter van de
moeder van De Vierde Verloskundigenpraktijk In De Buurt Die Google Heeft
Gevonden. Met De Vierde Verloskundigenpraktijk In De Buurt Die Google Heeft
Gevonden, zelf dus. Eigenlijk. Ik had begrepen dat u graag een afspraak wilde maken?”
- “Ja, jeetje, potverdikke, ja. Ik klim even terug op mijn
stoel, momentje. Ik ben dus welkom? Zomaar?”
“Ja, natuurlijk.”
- “Had ik al
‘potverdikke’ gezegd?”
“U moet alleen wel weten dat we 4 locaties hebben. Dus u
moet voor ieder gesprek, formuliertje, echo, bloed en ander gedoe wel steeds
ergens anders heen. En oh ja; we zijn ook met z’n vieren, dus u ziet steeds
iemand anders. Maar nou niet denken dat we allemaal steeds op dezelfde plek
zitten, want zo is het ook niet. Verder zit er eigenlijk helemaal geen logica
in onze praktijk, dus als u van roulette houdt, dan komt het wel goed.”
- “Zucht. Ja volgende week woensdag is prima."
---
“Welkom op inmiddels Locatie 3, voor uw eerste echo.
Spannend hé, Cindy? Cindy was het toch?”
[Adem in, adem uit…]
---
Oh trouwens; het zijn er twee.
“Met Het Dichtstbijzijnde Ziekenhuis Dat
Gespecialiseerd Is In Tweelingen, hoe kan ik u helpen?”

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen